Een van de grootste inzichten die ik hondeneigenaren probeer mee te geven, is dat ik tijdens training juist de focus leg op het gedrag dat we wel graag willen zien, in plaats van alleen bezig te zijn met het afleren van gedrag dat we niet willen.
Voor heel veel eigenaren is dit echt een openbaring.
Vaak zijn mensen vooral gericht op het probleem:
hoe stop ik dit gedrag?
Maar de echte vraag is eigenlijk:
wat wil ik dat mijn hond in plaats daarvan doet?
Daar begint de verandering.
In plaats van steeds te corrigeren op wat fout gaat, bekrachtigen we juist het gedrag dat gewenst is.
Want gedrag dat iets oplevert, zal een hond vaker laten zien.
En precies daar zit de kracht van training.
Opspringen:
Opspringen is hier misschien wel het mooiste voorbeeld van.
Bijna iedere hondeneigenaar herkent het wel: de hond springt op bij thuiskomst, bij visite of tijdens een wandeling wanneer iemand aandacht geeft.
De eerste reactie is vaak om het gedrag te stoppen.
We duwen de hond weg, zeggen “nee”, draaien ons om of praten tegen de hond.
Of erger, geven hem een duw of knie op de borstkas!..
Maar voordat je iets probeert af te leren, is het zo belangrijk om jezelf eerst af te vragen:
waarom springt mijn hond op?
Wat is de onderliggende motivatie?
In de meeste gevallen is het antwoord simpel:
de hond wil aandacht.
Contact. Verbinding. Interactie.
En dan komt meteen de volgende belangrijke vraag:
wat is mijn reactie hierop?
Want besef heel goed:
negatieve aandacht is ook aandacht.
Voor een hond maakt het vaak niet uit of die aandacht positief of negatief is.
Een hand die hem wegduwt, een stem die “nee” zegt, oogcontact of frustratie, het is allemaal interactie.
Het gedrag heeft hem dus hoe dan ook iets opgeleverd.
En daarom laat hij het vaker zien.
Buig het om naar wat je wel wilt zien
Draai het eens helemaal om.
Wat wil je juist graag zien?
Bij opspringen is dat meestal heel duidelijk:
vier pootjes op de grond.
Dat is het gedrag waar je op wilt trainen.
Dus in plaats van alle aandacht te leggen op het springen, ga je juist belonen op het moment dat je hond met vier poten op de grond blijft.
Rustig staan.
Wachten.
Kalm begroeten.
Dat gedrag willen we groot maken.
Timing is het sleutelwoord
En hier is timing echt alles.
Het moment waarop je beloont, bepaalt wat je hond leert.
Als jouw hond even met vier poten op de grond staat en jij geeft dan direct aandacht, een beloning of een vriendelijke begroeting, dan leert hij:
dit gedrag levert mij iets op.
Dat is precies wat je wilt.
Wacht je te lang, dan mist de hond de koppeling.
Timing is daarom echt het sleutelwoord.
Het ontstaat vaak al heel vroeg
Wat veel mensen niet beseffen, is dat dit gedrag vaak al heel vroeg ontstaat.
Soms begint het zelfs al in het nest.
Bij jonge pups is opspringen namelijk heel normaal gedrag. Het geeft ze aandacht.
En laten we eerlijk zijn: bij een kleine pup vinden we dat vaak ontzettend schattig.
We pakken ze op, aaien ze, praten tegen ze en geven volop aandacht.
En daarmee leren ze al op jonge leeftijd:
opspringen levert aandacht op.
Dat patroon nemen ze mee.
Alleen wanneer die kleine pup later een grotere hond wordt, ervaren we hetzelfde gedrag ineens als ongewenst.
Maar voor de hond is het nog steeds volkomen logisch.
Hij doet simpelweg wat eerder succes heeft gehad.
Kijk altijd naar de motivatie achter gedrag
Daarom kijk ik in training altijd eerst naar de motivatie achter het gedrag.
Waarom doet een hond dit?
Wat levert het hem op?
Welke behoefte zit hieronder?
Wanneer je dat begrijpt, kun je veel gerichter werken aan blijvende verandering.
Niet door alleen te focussen op stoppen, maar door heel duidelijk te maken wat je wél graag wilt zien.
En dat is waar training voor mij om draait.
Dit zorgt voor vertrouwen en verbinding!
Willen jullie ook graag hulp bij het trainen? Neem dan eens contact op, dan gaan we samen aan de slag!
Saskia
Reageer